Wanneer raakte ik mijn verwondering kwijt? En vooral: waarom?
Die vraag stelde ik mezelf op de avond van 19 januari. Mijn vrouw kwam naar me toe en liet me een foto op haar telefoon zien. “Je zou nu echt even met de hond naar buiten moeten gaan,” zei ze. Op het scherm danste het noorderlicht.
Ik kon het nauwelijks geloven. Met mijn hart in mijn keel rende ik naar buiten, met de haast van een kind dat gaat spelen – nog voordat een volwassene hem kan uitleggen dat spelen “nutteloos” is. Buiten was de lucht glashelder. Er hing een stilte die ik nooit eerder had ervaren en de sterren leken wel gaten te prikken in de donkere nacht. En toen, alsof de wereld even inhield vlak voor een aardbeving, veranderde de lucht.
Daar was ze, voor de eerste keer.
Het leek wel alsof een onzichtbare reus gekleurd zand uit zijn handen blies. De kou voelde ik niet meer. Er waren alleen die kleuren die de hemel overspoelden. Ik bleef maar kijken, draaiend van de ene naar de andere kant. Ik probeerde de kleuren te vangen met mijn ogen en was bang dat dit bijzondere moment van verbondenheid alweer voorbij zou zijn voordat ik het echt begreep.
We kennen allemaal die momenten waarop we heel even de zin van het leven lijken te begrijpen. Maar zodra we het in woorden proberen te vangen, glipt het weg, als een weerspiegeling op het water. En toch, daar in de koude Nederlandse winter, voelde ik me even verbonden met het ritme van alles om me heen. Mijn eigen ego en de tijd deden er niet meer toe. Het was een diep gevoel van ergens bij horen, iets wat veel verder gaat dan alle spullen of successen die we normaal gesproken najagen.
Ik ging weer naar binnen en vroeg me af: “Wie heeft dit gedaan?”
Ergens tijdens het opgroeien hebben we onszelf wijs laten maken dat verwondering iets voor domme mensen is. We hebben geleerd dat volwassen zijn betekent dat je alles moet weten en overal een praktische uitleg voor moet hebben. Maar wie alleen nog maar in feiten denkt, dooft langzaam uit. Dan gaan we afleiding zoeken in werk, geld of andere prikkels. We berekenen zonnewinden en elektromagnetisme, eigenlijk alleen maar om niet te hoeven toegeven dat we totaal geen controle hebben over de wereld.
We proberen alles te verklaren met cijfers en statistieken omdat we bang zijn voor wat we niet kunnen voorspellen. Zo maken we de wereld kaal en zielloos. De maan is dan nog maar een hoop stenen in plaats van een gezicht dat over ons waakt. Regen is slechts een “weersverschijnsel” in plaats van die mooie druppels die tegen het raam racen.
We willen alles begrijpen met ons verstand, maar de echte waarheid vind je niet in boeken. Echte waarheid ervaar je door je open te stellen. Weten betekent dat je iets uit elkaar haalt om het te bestuderen; maar echt begrijpen is iets simpelweg toelaten. Het is je overgeven aan het leven zonder dat je precies hoeft te weten hoe de machine werkt.
Onder die groene hemel voelde ik het heel duidelijk: de waarheid zat niet in de wetenschappelijke berekening, maar in het feit dat ik me liet raken door wat ik zag. Het deed me denken aan de schrijver C.S. Lewis, die zei dat we een verlangen in ons hebben dat door niets op aarde kan worden gestild. Misschien zijn alle mooie dingen in de wereld wel richtingaanwijzers naar iets groters.
Als ons leven een potloodlijn is die druk bezig is met het tekenen van onze rollen en successen, dan is verwondering het moment waarop we even niet naar de lijn kijken, maar naar het papier waarop we geschreven staan.
Ontdek meer van Moreno Maugliani
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.