More Blog.

MoreDrums, MoreThoughts, MoreSport.

Everything is more!
Read Blog Latest Post
meraviglia, verwondering

Wanneer raakte je je verwondering kwijt?

Wanneer raakte ik mijn verwondering kwijt? En vooral: waarom?

Die vraag stelde ik mezelf op de avond van 19 januari. Mijn vrouw kwam naar me toe en liet me een foto op haar telefoon zien. “Je zou nu echt even met de hond naar buiten moeten gaan,” zei ze. Op het scherm danste het noorderlicht.

Ik kon het nauwelijks geloven. Met mijn hart in mijn keel rende ik naar buiten, met de haast van een kind dat gaat spelen – nog voordat een volwassene hem kan uitleggen dat spelen “nutteloos” is. Buiten was de lucht glashelder. Er hing een stilte die ik nooit eerder had ervaren en de sterren leken wel gaten te prikken in de donkere nacht. En toen, alsof de wereld even inhield vlak voor een aardbeving, veranderde de lucht.

Daar was ze, voor de eerste keer.

Het leek wel alsof een onzichtbare reus gekleurd zand uit zijn handen blies. De kou voelde ik niet meer. Er waren alleen die kleuren die de hemel overspoelden. Ik bleef maar kijken, draaiend van de ene naar de andere kant. Ik probeerde de kleuren te vangen met mijn ogen en was bang dat dit bijzondere moment van verbondenheid alweer voorbij zou zijn voordat ik het echt begreep.

We kennen allemaal die momenten waarop we heel even de zin van het leven lijken te begrijpen. Maar zodra we het in woorden proberen te vangen, glipt het weg, als een weerspiegeling op het water. En toch, daar in de koude Nederlandse winter, voelde ik me even verbonden met het ritme van alles om me heen. Mijn eigen ego en de tijd deden er niet meer toe. Het was een diep gevoel van ergens bij horen, iets wat veel verder gaat dan alle spullen of successen die we normaal gesproken najagen.

Ik ging weer naar binnen en vroeg me af: “Wie heeft dit gedaan?”

Ergens tijdens het opgroeien hebben we onszelf wijs laten maken dat verwondering iets voor domme mensen is. We hebben geleerd dat volwassen zijn betekent dat je alles moet weten en overal een praktische uitleg voor moet hebben. Maar wie alleen nog maar in feiten denkt, dooft langzaam uit. Dan gaan we afleiding zoeken in werk, geld of andere prikkels. We berekenen zonnewinden en elektromagnetisme, eigenlijk alleen maar om niet te hoeven toegeven dat we totaal geen controle hebben over de wereld.

We proberen alles te verklaren met cijfers en statistieken omdat we bang zijn voor wat we niet kunnen voorspellen. Zo maken we de wereld kaal en zielloos. De maan is dan nog maar een hoop stenen in plaats van een gezicht dat over ons waakt. Regen is slechts een “weersverschijnsel” in plaats van die mooie druppels die tegen het raam racen.

We willen alles begrijpen met ons verstand, maar de echte waarheid vind je niet in boeken. Echte waarheid ervaar je door je open te stellen. Weten betekent dat je iets uit elkaar haalt om het te bestuderen; maar echt begrijpen is iets simpelweg toelaten. Het is je overgeven aan het leven zonder dat je precies hoeft te weten hoe de machine werkt.

Onder die groene hemel voelde ik het heel duidelijk: de waarheid zat niet in de wetenschappelijke berekening, maar in het feit dat ik me liet raken door wat ik zag. Het deed me denken aan de schrijver C.S. Lewis, die zei dat we een verlangen in ons hebben dat door niets op aarde kan worden gestild. Misschien zijn alle mooie dingen in de wereld wel richtingaanwijzers naar iets groters.

Als ons leven een potloodlijn is die druk bezig is met het tekenen van onze rollen en successen, dan is verwondering het moment waarop we even niet naar de lijn kijken, maar naar het papier waarop we geschreven staan.

  • Deel dit artikel
een brein met formula's wiskunde

Het Bayesiaanse Brein. Waarom we de wereld niet zien, ma voorspellen

Heb je ooit een jas die in de schaduw hing aangezien voor een persoon? Een fractie van een seconde schiet je hartslag omhoog, totdat je dichterbij komt en de illusie verdwijnt. Dit is geen simpel foutje van je zintuigen: het is je Bayesiaanse Brein aan het werk.

In de neurowetenschap zorgt het idee van de hersenen als een “voorspellende machine” voor een revolutie in onze opvatting over de menselijke geest.

Het brein is geen camera, het is een gokker

In tegenstelling tot wat we vaak denken, is onze waarneming geen passieve registratie van de werkelijkheid. Zoals Hermann von Helmholtz al in de 19e eeuw stelde:

“Alles wat men ziet en weeft is een product van onze zintuigen en verschijnt daarom slechts.”

Het brein leeft in een donkere doos (de schedel) en ontvangt ambigue, “ruizige” elektrische signalen. Om door de wereld te navigeren, wacht het niet tot alle data binnen zijn: het formuleert hypothesen. Onze realiteit is in feite de meest waarschijnlijke hypothese die het brein heeft gegenereerd om die prikkels te verklaren.

De Wiskundige Motor: De Wet van Bayes

Om deze hypothesen bij te werken, gebruikt het brein een logica die lijkt op het Theorema van Bayes. Zie het als een voortdurende cyclus tussen wat we al weten en wat er nu gebeurt:

Kernbegrip Betekenis Praktijkvoorbeeld
Prior Beliefs (Voorkennis) Je eerdere kennis en verwachtingen. Je weet dat licht meestal van boven komt (de zon/lampen).
Likelihood (Zintuiglijk bewijs) De ruwe data die op dit moment via de zintuigen binnenkomen. Je ziet een vreemde schaduw op een oppervlak.
Posterior Belief (Update) De nieuwe waarneming, ontstaan uit de combinatie van data en herinneringen. Je interpreteert de schaduw als een kuil, gebaseerd op de lichtinval.

Predictive Coding: Leren van fouten

Hoe wordt dit proces vertaald naar onze neuronen? Via Predictive Coding (voorspellende codering):

  • Top-Down: De hogere niveaus in het brein sturen voorspellingen naar beneden (“Ik verwacht dit te zien”).

  • Prediction Error: Als er een verschil is tussen de voorspelling en de werkelijkheid, ontstaat er een “voorspellingsfout”.

  • Leren: Het brein negeert die fout niet, maar gebruikt hem om het interne model te verfijnen. Het is een proces van continu leren.

De brug: Van het Bayesiaanse Brein naar Inzicht

Hier leggen we de link met een essentieel punt dat ik in mijn vorige post besprak over het De wetenschap van het Eureka-moment.

Waarom onthouden we dingen beter als we een plotseling “aha-moment” (inzicht) ervaren? Vanuit een Bayesiaans perspectief is een inzicht een massale model-update. Wanneer we eindelijk iets complex begrijpen, lossen we een enorme voorspellingsfout op die al langere tijd bestond. Het brein beloont deze herstructurering van onze priors door die herinnering levendiger ed duurzamer te maken. Inzicht is het geluid van het Bayesiaanse systeem dat zich afstemt op de juiste frequentie.

Lees ook: De Wetenschap van het Eureka-moment. Hoe Inzicht het Leren Versnelt

Conclusie

Het Bayesiaanse Brein leert ons dat we geen passieve toeschouwers zijn, ma actieve constructeurs van onze eigen realiteit. De volgende keer dat je iets nieuws leert, vraag jezelf dan af: welke oude overtuiging ben ik op dit moment aan het updaten?

  • Deel dit artikel
libro di Sertilanges La vita intellettuale, con notebook e penna stilografica

Aantekeningen onderweg – Week 4

Welkom bij deze eerste editie. “Aantekeningen onderweg” is mijn wekelijkse terugblik: een plek waar ik flarden van studie, onverwachte verbanden en reflecties verzamel die ontstaan tussen de boeken, de muziek en het dagelijks leven. Geen academisch college, maar simpelweg het verslag van een reis die gaande is. De eerste stap van mijn reis door kennis, groei en innovatie.

In de steigers: Van Waarheid naar “Maken” (Ratzinger en Heidegger) Deze week ben ik ondergedompeld in Inleiding tot het christendom van Ratzinger. Ik werd gegrepen door de filosofische verschuiving van Verum est ens (waarheid is zijn) naar Verum quia factum (waarheid is wat gemaakt is). In de moderne wereld lijken we alleen nog te kunnen geloven in wat we zelf hebben geconstrueerd.

Deze reflectie sloot naadloos aan bij mijn aantekeningen over Heideggers essay over techniek. Heidegger waarschuwt dat we zijn verschoven van techné als poiesis (een “maken” dat de waarheid helpt zich te onthullen) naar technologie als puur controlemiddel. Het risico? Dat alles “Bestand” wordt: materiaal dat louter beschikbaar is voor gebruik. Inclusief de mens, die van hoeder van de waarheid verandert in een hulpbron die geëxploiteerd moet worden. Dit is wat Byung-Chul Han de “ondergang van het contemplatieve leven” noemt — de motor achter onze burn-out-maatschappij.

De Verbinding: Het plaatsvervangende leven Terwijl ik deze thema’s uitdiepte, luisterde ik naar Joko Beck op Waking Up. Zij spreekt over het “plaatsvervangende leven” (substitute life): een narratief van sociale druk en “moeten” dat ons weghoudt van een authentiek bestaan.

Zie je het verband? Als onze waarheid alleen nog is wat we “produceren” (Ratzinger) en we de wereld uitsluitend bekijken door de bril van controle (Heideggers Gestell), eindigen we met het construeren van een gekunsteld verhaal dat ons afleidt van de pure realiteit. De redding ligt in het terugkeren naar de mens, niet als hulpbron, maar als onmisbaar middel voor het onthullen van de waarheid.

De Inspiratie: De prijs van creatie (Puccini) Om de cirkel rond te maken, keek ik de serie over het leven van Puccini. Kunst en cultuur zijn perfecte voorbeelden van poëtische activiteiten: ze onthullen iets van de wereld zonder deze uit te putten. Het zien van de strijd van een genie om authenticiteit te vertalen naar muziek herinnerde me eraan dat er tussen het “plaatsvervangende leven” en de “waarheid van het zijn” de discipline van creatie ligt. Puccini wachtte niet alleen op inspiratie; hij dwong het af vanuit een echte, niet-gekunstelde emotie.

Uit mijn archief Al dit praten over aandacht en systemen deed me denken aan hoe we deze inzichten organiseren, zodat ze niet verloren gaan in de dagelijkse ruis. Vandaag heb ik een nieuw artikel gepubliceerd dat dieper op dit thema ingaat:

Lees ook: De Wetenschap van het Eureka-moment. Hoe Inzicht het Leren Versnelt

In dit bericht onderzoek ik hoe het plezier van inzicht kan worden omgezet in een blijvend geheugen, zodat studeren geen steriele oefening blijft.

Tot volgende week!

  • Deel dit artikel
een brein die iets snapt

De Wetenschap van het Eureka-moment. Hoe Inzicht het Leren Versnelt

Er zijn twee manieren om een probleem op te lossen: de eerste is iteratief, waarbij we wiskundige formules of lineaire logische stappen volgen. De tweede manier vindt echter plaats via inzicht.

Inzicht is die onmiddellijke intuïtie, de “eureka” van Archimedes; die flits van helderheid die plotseling komt opzetten, vaak onder de douche. Tijdens mijn studie werd het me al snel duidelijk hoe dit fenomeen verbonden is met het [[Default Mode Network]], het neurale netwerk dat actief wordt wanneer we onze gedachten de vrije loop laten.

Het experiment: Het onzichtbare decoderen

Onderzoeker Maxi Becker van de Humboldt Universiteit in Berlijn heeft dit proces geanalyseerd met behulp van functionele MRI (fMRI). De studie richtte zich op hoe de hersenen reageren op Mooney Images: zwart-witafbeeldingen met een hoog contrast waarbij het onderwerp aanvankelijk niet te onderscheiden is van de achtergrond.

Wanneer we deze beelden bekijken, doorlopen we verschillende fasen:

  1. Actief zoeken: Het brein zoekt naar elementen om de visuele chaos te decoderen en te herleiden naar bekende patronen (een proces dat lijkt op het Pareidolie-fenomeen).

  2. Stagnatie: Deze fase kan enkele seconden tot meerdere minuten duren.

  3. Herkenning: Plotseling “ziet” het brein de figuur.

Dit moment wordt de Representational Change (“representationele” verandering) genoemd. Het beeld, dat eerst betekenisloos was, stemt het brein af op een nieuwe manier van interpreteren. Zodra het herkend is, is het onmogelijk om het “niet meer te zien”.

amygdala, hippocampus, VOTC

De anatomie van de Eureka: Drie gebieden in het spel

Uit het onderzoek blijkt dat deze verandering van perspectief het resultaat is van een samenspel tussen drie hersengebieden:

  • VOTC (Ventrale occipitotemporale cortex): Het gebied dat gespecialiseerd is in de herkenning van visuele patronen en vormen.

  • Hippocampus: Fungeert als een “discrepantie-detector”. Vanuit het perspectief van het Bayesiaanse brein (volgende week komt er een artikel over) zorgt de hippocampus ervoor dat de realiteit overeenkomt met onze verwachtingen. Wanneer de voorspelling (“het is een betekenisloos beeld”) faalt omdat de VOTC een patroon vindt, wordt de hippocampus krachtig geactiveerd.

  • Amygdala: Beheert emoties. Dit gebied is verantwoordelijk voor de plezierige ontlading die gepaard gaat met het inzicht.

De “Superkracht”: Het Insight-memory advantage

Het meest fascinerende deel van dit onderzoek — en wat ik het meest kan gebruiken voor mijn eigen leerproces — betreft het geheugen. Het proces eindigt als volgt: met de “lijm” van de amygdala (het plezier), slaat het brein het inzicht op in het langetermijngeheugen.

Dit fenomeen staat bekend als het Insight-memory advantage.

Reflectie voor de studie

Waarom versterkt inzicht het geheugen zo enorm?

  1. Inspanning en Beloning: Het brein beloont het oplossen van een raadsel. De cognitieve “moeite” om het beeld te decoderen creëert een spanning die vrijkomt bij het inzicht.

  2. Emotionele Markering: De positieve emotie dient als een signaal van belang. Het brein zegt: “Als het me zoveel moeite kostte om dit te begrijpen en het zo bevredigend was, dan moet het waardevolle informatie zijn.”

Concluderend suggereert deze studie dat we om effectief te leren niet alleen data moeten verzamelen (het iteratieve proces), maar actief moeten zoeken naar die “representationele verandering”. Jezelf voorbij het eerste moment van verwarring duwen is precies wat ervoor zorgt dat concepten voor altijd blijven hangen.

  • Deel dit artikel
Spes seduta sul trono

Ik vond de sleutel tot hoop in een dorpsfolder

Onlangs bladerde ik door een folder van de protestantse kerk hier in het dorp, toen ik werd geraakt door deze zin: “Hoop begint niet bij antwoorden, maar bij aandacht.”

Het is een zin die totaal tegen de tijdgeest ingaat. We leven in een tijdperk waarin we worden gebombardeerd met kant-en-klare antwoorden, tutorials voor elk probleem en snelle oplossingen. En toch, ondanks al die instructies, lijkt hoop schaars te zijn. Waarom?

De valstrik van “alles is mogelijk”

De filosoof (en toekomstige paus) Joseph Ratzinger identificeerde al in 1968 een probleem dat ons moderne onbehagen perfect verklaart. Ooit geloofden we dat waarheid iets was om te aanschouwen, een solide realiteit waarin we zijn ondergedompeld: Verum est ens, waarheid is het zijn, in al zijn complexiteit.

In de loop van de tijd zijn we echter overgestapt op de opvatting dat alleen datgene waar is wat we kunnen produceren: Verum quia factum, waarheid is dat wat gemaakt is. Ten slotte heeft de technische mentaliteit ons ervan overtuigd dat de waarheid ligt in het “Verum quia faciendum”: waarheid is dat wat mogelijk is om te doen, te reproduceren en te manipuleren.

We zijn gestopt met de wereld te zien als een geschenk, en zijn het gaan zien als een oneindige bouwplaats waarvan wij de enige eigenaren en bouwers zijn. Dit is de valstrik van het doen: de illusie dat alles mogelijk is en dat daarom alles gedaan moet worden. Deze race naar constante efficiëntie beneemt ons de adem en berooft ons, paradoxaal genoeg, van onze hoop. Onze nieuwe mantra is geworden: “Ik (re)produceer, dus ik ben.”

Waarom verkiezen we sociale media boven de grote vragen?

Aandacht is de sleutel om te begrijpen wie we zijn, maar het is doodvermoeiend. Daarom is het zo makkelijk om jezelf drie uur lang te verliezen in reels. Dat is geen simpele luiheid; het is een vluchtstrategie.

Stilstaan bij de realiteit vereist moed, omdat het enorme vragen oproept. De Grieken noemden dit gevoel “Thauma”: een verwondering die ook een beetje angst is, de duizeligheid die we voelen voor het oneindige. De dichter en filosoof David Whyte herinnert ons eraan dat de mens niets anders is dan de ontmoeting tussen wat hij denkt te zijn en wat hem nog onbekend is.

Lees ook: De hersenschim van de gouden jaren: Dialoog over een illusie

Om deze innerlijke “kortsluiting” niet te voelen, kiezen we voor afleiding. Maar zo blijven we gevangen in wat Plato het “niet-zijn” noemde: voor elke manier om werkelijk te zijn, zijn er namelijk oneindig veel manieren om niet te zijn.

Verder kijken dan wat je kunt aanraken

Omdat we ervan overtuigd zijn dat de waarheid alleen datgene is wat technisch reproduceerbaar of rationeel verklaarbaar is, trappen we in de val — die eigenlijk best lomp is — om te geloven dat de realiteit alleen datgene is wat we kunnen meten, kopiëren of kopen. De kwantumfysica alleen al zou genoeg moeten zijn om deze fout aan te tonen.

Leo Tolstoj herinnert ons aan iets revolutionairs: de meest ware dingen zijn juist die dingen die je niet ziet, maar die je wel duidelijk voelt. Tastbare dingen zijn producten van onze zintuigen, en die kunnen worden misleid. Je “ik”, je bewustzijn, is niet iets dat plotseling verscheen toen je werd geboren. Zoals Tolstoj schreef: “Het is alsof ik nooit verschenen ben, maar altijd al heb bestaan.”

Hier stelt Ratzinger de vraag: wat als onze obsessie met het enkel willen constateren van feiten ons verhindert de hele Waarheid te zien? Als we de realiteit beperken tot wat we produceren, vervalsen we uiteindelijk onszelf.

Hoop als thuiskomen

Dit alles brengt ons terug bij Sint-Augustinus en zijn prachtige idee van de “herinnering aan God”.

Stel je voor dat je een afdruk in jezelf hebt: een vervaagde maar krachtige herinnering aan een perfectie en een vrede die je niet kunt vinden in het dagelijkse doen (een concept dat ook C.S. Lewis kende). Hoop is precies dit: het is niet het wachten tot er iets nieuws gebeurt, maar de handeling van aandacht schenken aan die weerspiegeling die we al in ons dragen.

Als je eerlijk bent tegen jezelf, voel je het ook. Het is het deel van ons dat wil terugkeren naar het Geheel. Hoop ontstaat niet wanneer we de oplossing voor onze problemen vinden, maar wanneer we eindelijk stoppen met onszelf af te leiden en aandacht gaan schenken aan wie we werkelijk zijn.

  • Deel dit artikel
De hersenschim van de gouden jaren

De hersenschim van de gouden jaren: Dialoog over een illusie

Er bestaat een illusie die we als onzichtbare bagage met ons meedragen: het idee dat het verleden een verloren Eden is waar alles perfect was. Dit is wat Andrea Sestili – een van de weinige dingen waarvoor ik het YouTube-algoritme dankbaar ben – in een video-reflectie die me diep raakte, definieert als “De hersenschim van de gouden jaren“.

Deze definitie schudde me wakker omdat het een naam gaf aan een mislukking die ik aan den lijve heb ondervonden. In december keerde ik terug naar Vicovaro, mijn geboortedorp. Ik had dit moment wekenlang voor me uit gezien: ik die hand in hand loop met mijn zoon, mijn vrouw naast me met onze dochter. Plekken die voor ieder ander slechts stenen en hoeken zijn, maar die voor mij het alfabet van mijn kindertijd bewaren. Eenmaal daar ontmaskerde de realiteit de illusie: de plekken waren er nog, maar de “betekenis” was verdampt.

Terwijl ik Andrea over Søren Kierkegaard hoorde praten, werd alles duidelijk. Mijn fout was precies wat Kierkegaard beschrijft in zijn experiment over de Herhaling: terugkeren naar Berlijn (voor mij Vicovaro) in de hoop exact de stappen uit het verleden te herhalen om de extase opnieuw te beleven. Maar herhaling bestaat niet als doorslag. De tijd is geen band die je kunt terugspoelen.

Kierkegaard maakt een brutaal onderscheid: de herinnering is een achterwaartse beweging naar een dood object uit het verleden. De herhaling is daarentegen een voorwaartse beweging. Ik zocht geen herhaling, ik zocht een herinnering. En daarom bleef ik met lege handen achter.

Deze wonde vinden we ook terug bij Cesare Pavese, een andere referentiepunt dat Sestili gebruikt om deze desillusie in kaart te brengen. In De maan en het vuur (een boek dat voor mij bijna louterend was) ontdekt de hoofdpersoon Anguilla dat zijn teleurstelling niet geografisch is, maar chronologisch: hij dacht terug te keren naar een plek, maar hij zocht een tijd.

Hier komen we bij de kern van wat Andrea de Gemiste herinnering noemt: een nostalgie naar de toekomst, de angst voor een schoonheid die zou kunnen gebeuren, maar die we ons al als verloren voorstellen.

Lees ook: De illusie van oneindige keuzes

Op dit punt voelde mijn reflectie echter de behoefte aan een extra brug. Als het waar is dat het zoeken naar identiteit in het verleden is als het kijken naar de achterkant van een boekomslag, hoe leven we dan op deze “grens” zonder gek te worden?

Hier schoot David Whyte me te hulp. Hij stelt dat de mens de exacte grens is waar het bekende het onbekende ontmoet. We staan altijd op de waarnemingshorizon. In dit wankele evenwicht zal wat we gaan worden het altijd winnen van wie we dachten te zijn.

Als de hersenschim ons altijd ergens anders heen verplaatst, is de synthese waarmee Andrea zijn video afsluit het enige mogelijke kompas: “De gouden jaren zijn er elke dag, maar altijd op een steenworp afstand van ons.”

De uitdaging is niet om ze te bereiken door terug te gaan, maar om te accepteren dat we precies op die grens leven: het moment waarop het verleden niet langer een anker is, maar eindelijk de grond vanwaar we naar het mogelijke springen.

  • Deel dit artikel
Grafico statistiche Jetpack 2021-2025 che mostra la crescita costante del sito fino a 18k visualizzazioni
Cinque anni di cura invisibile riassunti in un grafico: la pazienza del bambù applicata al mio spazio digitale.

Vijf jaar voor zes weken: de essentie achter de cijfers van mijn website

Het eerste jaar nadat je een bamboezaadje plant, gebeurt er niets. Je doet niets anders dan water geven en de grond lichtjes omwoelen. Elke dag opnieuw. Je ziet niets, en toch accepteer je de stilte van de aarde: het is nog maar net begonnen, het kan niet anders zijn.

Het tweede jaar ga je door: water, zon, afwachten. Geen beweging.

Het derde jaar is hetzelfde. Soms verras je jezelf terwijl je zoekt naar een teken: een barst in de grond, een groene spriet. Niets. Teleurstelling komt naar boven, maar je weet het nog te beheersen.

In het vierde jaar wordt de stem van die teleurstelling dwingender. Ze vraagt om rekenschap voor de geïnvesteerde tijd, ze trekt je in twijfel, ze fluistert dat je het allemaal verkeerd hebt gedaan: “Misschien ben ik niet capabel. Misschien is deze grond niet geschikt voor mijn plant. Misschien heb ik vier jaar verspild.”

En dan gebeurt het.

In het vijfde jaar geef je, bijna uit gewoonte, weer water. En dan verschijnt er een scheut. Hij groeit niet langzaam: jouw bamboe, die je vijf jaar lang hebt verzorgd zonder resultaat te zien, schiet in slechts zes weken tijd vijfentwintig meter de lucht in.

Terwijl je ernaar kijkt, ben je geneigd te zeggen: «Hij is in zes weken gegroeid». Maar de waarheid is dat hij al vijf jaar aan het groeien was — daar waar niemand het zag.

Deze krachtige metafoor komt uit het Handboek Natuurlijk Leiderschap van Lia van Loo. Een inspirerend boek dat ik mocht lenen van Ruben van den Burg, en dat mij deed inzien dat mijn website precies ditzelfde proces volgde.

Toen ik aan het eind van 2025 naar de statistieken van mijn website keek, voelde ik me een beetje zo: 18.355 weergaven. Het is geen getal dat de balans op het internet doet doorslaan, maar het verandert mijn kijk op het proces radicaal. Het is de bevestiging dat het enthousiasme om te leren en de wens om te delen — zachtjes, met traagheid — een thuis hebben gevonden.

Ik herinner me goed dat ik begon. Ik voelde de behoefte om niet langer overgeleverd te zijn aan sociale media; het idee dat een algoritme besliste of en wanneer mijn woorden iemand konden ontmoeten, ontnam me mijn vrijheid. Ik wilde een eigen plek: traag, solide, bewoonbaar.

Ik pakte een notitieboek en begon te ontwerpen. Ik studeerde, experimenteerde, maakte fouten en corrigeerde ze. Ik leerde dat je, om iets echts op te bouwen, bronnen moet kunnen selecteren en lezen niet om te consumeren, maar om op te bouwen. Ik schreef veel, vaak alleen maar om orde te scheppen in mezelf. Schrijven is voor mij altijd dit geweest: zachtjes zeggen: «Ik was er, en dit is wat ik zag».

Na verloop van tijd merkte ik dat ik niet alleen een website bouwde: ik leerde een andere manier om in de wereld te staan, waarbij de handeling zelf onthult wie we zijn. Terwijl de technologie me richting directheid en snelheid duwde, voelde ik dat hoe harder ik rende, hoe minder ik zag.

Ik voelde toen de behoefte om terug te keren naar oude instrumenten: geheugen, discipline, logica, retorica en grammatica. Ik probeerde het Trivium in de 21e eeuw toe te passen, niet uit nostalgie, maar om die kwaliteiten terug te winnen die mij authentiek maken. Menselijk.

Tijdens dit proces heb ik geleerd dat onze keuzes ons vormen. We leven met de verleiding dat het hebben van oneindige mogelijkheden betekent dat we ze allemaal moeten beleven. Dat is niet zo. Elke beslissing is een opgave — een fundamenteel concept om de illusie van oneindige keuzes te overwinnen — en juist die opgave schetst een biografie, een richting, een karakter.

Het bouwen van deze site, het schrijven met traagheid en het terugkeren naar de artes liberales waren keuzes. Keuzes die vooruitblikken, maar die ook degenen eren die vóór mij kwamen.

Vandaag zie ik, kijkend naar dat getal op het scherm, niet alleen statistische gegevens. Ik zie jaren van zorg, twijfels en pogingen. Ik zie mijn bamboe die eindelijk bloeit. Ik voel de diepe vreugde van iemand die gestopt is met het najagen van het uiterlijke om het innerlijke te cultiveren.

Wat er echt toe doet, is niet de uiteindelijke explosie, maar de dagelijkse trouw aan kleine handelingen: lezen, observeren, studeren, herinneren, schrijven.

2026 is begonnen. Ik blijf water geven, zonder haast en zonder lawaai.

  • Deel dit artikel
un libro con allegoria della sapienza e evoluzione.

Alles wat ik heb geleerd in 2025: tussen evolutie en ontdekkingen

2025 was het jaar waarin ik leerde graven. Jung zei ooit:

“Het echte leven begint bij veertig. Tot die tijd heb je alleen maar onderzoek gedaan.”

De eerste helft van ons leven staat in het teken van het opbouwen van ons ego via educatie, werk en sociale rollen. We doen er alles aan om geaccepteerd te worden, om bij de groep te horen. Vaak gaat dit ten koste van onze eigen talenten en individuele kwaliteiten.

Rond je veertigste ervaren velen een gevoel van verlorenheid, een onbestemde angst die vaak negatief wordt bestempeld als een “midlife-crisis”. Volgens Jung is deze fase echter helemaal niet negatief. Integendeel, het is een symptoom van innerlijke groei. Jung noemt dit proces “Individuatie”: het moment waarop de persoon de aandacht naar binnen richt.

En om naar binnen te gaan, moet je graven.

Januari – Maart: De fundamenten van de methode

Het begin van het jaar werd gedomineerd door een concrete behoefte: orde scheppen in mijn denken. Ik werkte aan kennismanagement, de structuur van mijn “tweede brein” en workflows voor school, schrijven en onderzoek. Het was nog geen filosofie, maar eerder mentaal vakmanschap. Achteraf besef ik dat ik de grond aan het voorbereiden was waar ik later op zou lopen.

April: De architectuur van het denken

April stond in het teken van structuur. Ik herstructureerde mijn blog, richtte me op meertalige publicaties (Nederlands en Italiaans) en ruimde systemen op. Ik verdiepte me in YAML-formaten om een ecosysteem te creëren dat de complexiteit van mijn gedachten kon dragen. Orde buiten, om ruimte binnen te creëren.

Mei: Terug naar de klassiekers – Het Trivium

Hier vond een ommekeer plaats. Ik herontdekte de vrije kunsten — Logica, Grammatica, Retorica — als een kompas voor het digitale tijdperk. Zonder deze instrumenten riskeren we het vermogen te verliezen om met intentie te denken, spreken en schrijven. In een wereld die voortraast, was terugkeren naar de klassiekers een daad van verzet.

Lees ook: Het Trivium voor de 21e eeuw: denken, spreken, onderscheiden

Juni: De aandacht-revolutie

Ik begon me af te vragen hoe ik mezelf als opvoeder en verteller wilde profileren. Op mijn werk kreeg ik de kans om een opleiding tot docent Nederlands als Tweede Taal (NT2) te volgen. Tegelijkertijd ontstond een pijnlijk besef: algoritmen duwen ons naar de oppervlakte. Ik begon te spreken over de aandacht-revolutie: geen slogan, maar een dagelijkse beoefening. Het beschermen van je eigen blik is een vorm van vrijheid.

Lees ook: Een overlevingsgids voor het algoritmetijdperk

Juli: De frictie van het denken

Dit was een van de belangrijkste maanden. Ik begreep dat echt denken voortkomt uit frictie, traagheid en herschrijven. Waar ik begin dit jaar nog gefascineerd was door AI, ontstond in juli de zekerheid: we zijn getuige van cognitieve outsourcing. De AI-revolutie besteedt ons denken uit. Mijn remedie? Deep Reading, Deep Listening en journaling.

Augustus: Stilte en afwachting

Augustus was een maand van bezinking. Weinig projecten, veel observatie. Het was de drempel voor mijn veertigste verjaardag. De tijd werd trager, dichter. Zelfs de leegte werkt; in de stilte vind je het goddelijke.

September: De drempel van veertig – Zijn, niet schijnen

September was een punt van no-return. Ik distilleerde 40 lessen uit 40 jaar. Geen motivatielijstje, maar een inventarisatie van persoonlijke waarheden: het lichaam als tempel, de centrale rol van spiritualiteit en het verschil tussen in de tijd zijn (productiviteit) en met de tijd zijn (aanwezigheid). Volwassenheid betekende voor mij niet langer “efficiënt” worden, maar leren zijn.

Oktober: Integratie

In deze maand vernieuwde ik mijn paradigma. Het was de praktische proef: hoe houd ik werk, onderzoek en innerlijk leven samen zonder in een “personage” te vervallen? De waarheid van ideeën wordt gemeten in de dagelijkse praktijk.

November: De paradox van de keuze

Beslissen betekent letterlijk “afsnijden”. Ik begreep dat ik nee moest zeggen om ruimte te maken voor atelische activiteiten — muziek maken, schrijven, trainen — dingen die geen resultaat hoeven op te leveren, maar waarbij de handeling zelf het doel is. Terug naar de essentie.

December: Zorg, didactiek, geschenk

Het jaar eindigde waar het begon: bij de pedagogie. Ik verdiepte me in metacognitieve vaardigheden voor mijn NT2-studenten. Begrijpen hoe je leert, niet alleen wat. Mijn innerlijke zoektocht werd actie: instrumenten doorgeven, niet alleen inhoud.

Conclusie

Als ik van bovenaf naar 2025 kijk, zie ik een duidelijke koers:

  • Minder snelheid, meer diepgang.

  • Minder accumulatie, meer bewuste keuzes.

  • Minder ruis, meer aanwezigheid.

Veertig worden was niet alleen een mijlpaal, maar een overdracht van verantwoordelijkheid: tegenover de tijd, de kennis van anderen en mezelf. Was het makkelijk? Absoluut niet. 2025 nam drie grootouders van me weg in vier maanden tijd. De angst keerde terug en verstijfde mijn hart en lichaam.

Maar dit pad was een noodzaak om me aan te passen. Groeien, evolueren, van huid veranderen — dat is wat me levend doet voelen. God in mezelf voelen en Hem zoeken in alles om me heen. Een andere zin, een ware zin. De horizon waarop onze realiteit is gebouwd.

  • Deel dit artikel
Scrivania da filosofo con il nome di Heidegger

Wanneer Handelen Onthult Wie We Zijn

De afgelopen dagen heb ik aantekeningen verzameld terwijl ik een tekst over Heidegger las. Ik had geen specifiek doel: ik wilde vooral begrijpen waarom zijn denken steeds weer opduikt in gesprekken over vrijheid, authenticiteit en de manier waarop we in de wereld staan.

Wat me als eerste trof, is hoe hij Aristoteles herleest. Praxis en Poiesis zijn bij Aristoteles twee van de drie vormen van menselijke activiteit (de derde is de theoretische activiteit).

In de Praxis heeft de activiteit haar doel in zichzelf. Het klassieke voorbeeld is het bespelen van een instrument: het doel van de handeling is de handeling zelf. Wanneer het spelen stopt, stopt ook het geluid. Het verschijnen van het geluid valt samen met het verschijnen van degene die speelt.

Bij Poiesis ligt het doel buiten de handeling. Het voorbeeld in de tekst was het maken van een houten tafel. Het eindproduct verschijnt pas wanneer de activiteit van de maker is voltooid.

Heidegger neemt deze twee begrippen en herkadert ze op ontologisch niveau. Ze worden twee manieren waarop de mens zichzelf onthult of juist verbergt.
Wanneer we handelen als producenten, verdwijnt de handeling in het resultaat. Dat is Poiesis: het gebaar lost op in het object.
Wanneer we handelen als agent in eigenlijke zin, wordt de handeling zichtbaar. Dat is Praxis: wat we doen onthult iets van onszelf.

Deze gedachte schoof mijn perspectief op. Het gaat hier niet om moraal of techniek.

Heidegger verbindt deze dynamiek aan het onderscheid tussen authentiek en ona­uthentiek bestaan.

Onauthentiek bestaan is geen leven zonder waarden, maar een leven dat volledig wordt geleid door poietische activiteit. De mens raakt afhankelijk van de middelen die hem eigenlijk zouden moeten helpen te leven.

Het Dasein verliest zichzelf in de middelen die het gebruikt.

Authentiek bestaan daarentegen is gebaseerd op Praxis. Voor Heidegger heeft het handelen voorrang op de theorie. Dat wijkt af van veel eerdere denkers (van Socrates tot Husserl, via Seneca), voor wie de mens toegang krijgt tot zichzelf door een innerlijke reflectie.

Wat me daarna opviel, is dat voor Heidegger juist de existentiële stemmingen de manieren zijn waarop het zijn zich aan zichzelf openbaart.
En dat zijn vaak emoties die wij als negatief bestempelen.

De vrees is voor hem een van de fenomenen waardoor het Dasein zich kan openbaren. Maar het kan ook een vlucht worden: het bevrijdt ons tijdelijk van de plicht om vrij te zijn (grappig hè), van de noodzaak om te kiezen. De angst is anders. Het komt niet voort uit iets waarvoor we bevreesd zijn (vrees hebben), maar uit de manier waarop de wereld plotseling zijn betekenis verliest. Het is een schok die de onauthenticiteit ontbindt en ruimte opent voor een nieuwe manier van bestaan.

Ik vind het opvallend dat uitgerekend deze stemmingen bij Heidegger een toegang vormen tot authenticiteit. Het zijn geen obstakels, maar signalen.

Wat voor mij nog niet helder is: hoe herken ik in het dagelijks leven wanneer een emotie iets onthult, en wanneer ze me juist aanzet tot vluchten?
Het is een dunne grens. Soms lijkt angst een opening; soms een afsluiting.

Toch blijf ik terugkomen bij dat beeld van de handeling die zich toont.
Ik vraag me af hoe mijn manier van werken, lesgeven en leren zou veranderen als ik beter lette op de momenten waarop mijn handelen een gebaar is — en wanneer het slechts productie wordt.

Misschien is de eerste stap naar een authentieker leven het leren herkennen van dat onderscheid. Niet in abstracte termen, maar in het ritme van onze dagen.

Daar wil ik mijn verkenning voortzetten: in het zien of, en hoe, deze ideeën kleine dagelijkse keuzes kunnen verhelderen — de keuzes waarin we vaak niet eens merken dat we er zijn.

Lees ook De illusie van oneindige keuzes

  • Deel dit artikel
Photo by moren hsu on Unsplash
Photo by moren hsu on Unsplash

De illusie van oneindige keuzes

Het frustreert me enorm wanneer ik vastloop en niet kan schrijven, juist omdat schrijven het liefste is wat ik doe.

Die blokkade heeft weinig te maken met discipline, en is ook niet alleen een vorm van perfectionisme. Het gaat vooral om aanwezigheid. Wat ik ook doe, ik heb voortdurend het gevoel dat ik eigenlijk iets anders zou moeten doen. En dat gevoel blijft, zelfs wanneer het gaat om activiteiten die ik zelf heb gekozen en waar ik graag tijd aan besteed: Bach oefenen op de piano, trainen voor een triatlon, Oudgrieks studeren, mijn tweede brein onderhouden.

Het probleem is dat ik het idee om iets te doen heb verwisseld met het daadwerkelijk doen. Het Idee heeft de Praxis vervangen.

De onhaalbare snelheid van het Idee

Het Idee wint het altijd van de praktijk omdat het, per definitie, geen tijd kost. Ik kan in één seconde bedenken dat ik een menuet van Bach uit het hoofd wil leren. De praktijk vraagt uren inspanning.

Dat is geen persoonlijk falen, maar een symptoom van onze tijd. We zijn het contact kwijtgeraakt met een realistisch tijdsbesef:

  1. Tijdverwarring: We verwarren het tijd van het leven (eindig, subjectief) met het tijd van de wereld (objectief, ogenschijnlijk grenzeloos). Daardoor denken we dat alles versneld kan en dat wij dat tempo kunnen bijhouden.

  2. De illusie van het smartphone-ritme: We zijn gewend geraakt aan onmiddellijke verbinding. Als ik me altijd en overal met de wereld kan verbinden, waarom zou ik mijn to-do’s niet net zo snel kunnen afronden?

  3. Het Jevons-paradox: Zoals Oliver Burkeman beschrijft: hoe sneller onze samenleving wordt, hoe meer wij proberen te versnellen. Maar het Jevons-paradox slaat toe: de tijd die we winnen, vullen we direct op met nieuwe verplichtingen. En wanneer we die niet kunnen afronden, vullen we ze met het idee van wat we nog moeten doen. Dat is precies het moment waarop de blokkade ontstaat.

Het resultaat is emotionele overbelasting. We voelen een voortdurende productiviteitsschuld, alsof we moeten rennen om ons bestaan te rechtvaardigen. Als dat meetelde als sport, was ik olympisch kampioen.

Het noodzakelijke “weg-snijden”

Dit is de waarheid die onze versnelde geest het liefst negeert: de wereld biedt meer dan één leven ooit kan omvatten.

Zelfs als we onsterfelijk waren, zouden we niet alle mogelijke keuzes kunnen beleven. De etymologie van “beslissen” laat dat al zien: van het Latijnse decidere, “weg-snijden”. Elke keuze houdt in dat we oneindig veel andere opties uitsluiten.

Die uitgesloten mogelijkheden zijn onmetelijk: je kunt ze niet vergelijken of berekenen. Toch proberen we, vanuit onze drang naar optimalisatie, precies dat te doen. En dan ontstaat de angst om de verkeerde deur te kiezen.

Plato beschrijft iets soortgelijks: als er één manier van zijn bestaat, zijn er oneindig veel manieren om niet te zijn. De moderne onrust komt voort uit de poging om alles tegelijk te willen zijn, zonder dat we accepteren dat het “weg-snijden” juist is wat onze vorm bepaalt.

Lees ook: Wat je Weet is het Resultaat van wat je Kiest te Negeren

De weg terug naar de Praxis: atelische activiteiten

Om het Idee zijn macht over de Praxis te ontnemen, is geen nieuwe timemanagement-techniek nodig, maar een existentiële verschuiving. Een andere manier om betekenis te ervaren in het heden.

Dat begint bij het kiezen voor atelische activiteiten: activiteiten die hun doel in zichzelf hebben en niet in een eindproduct.

Een atelische activiteit is pianospelen omwille van de klank; wandelen omwille van de stap; schrijven omdat je houdt van de zoektocht naar de juiste woorden. Ze worden niet gerechtvaardigd door wat ze opleveren (het concert, de wedstrijd, het gepubliceerde artikel), maar door wat ze nu zijn.

Dit sluit aan bij Heideggers idee van een authentiek bestaan. Wanneer we ons richten op atelische activiteiten, handelen we niet meer vanuit productiviteitsschuld of tijdsangst. Het doen wordt het doel, het Idee verdwijnt, en onze aanwezigheid keert terug.

Kies ervoor om de schrijver te zijn die een zin geniet, in plaats van te denken aan het uiteindelijke artikel. Kies ervoor om de lezer te zijn die een boek oppakt, in plaats van te denken dat je zou moeten lezen.

Kies om te zijn.

Dan verliest de angst om tijd te verspillen zijn kracht, en vult de ruimte die eerst door blokkade bezet werd zich eindelijk met aanwezigheid en daadwerkelijke praktijk.

  • Deel dit artikel